ECLI:NL:CRVB:2005:AT6786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WW-uitkering wegens niet nakomen inlichtingenplicht
Appellant, geboren in 1961, was arbeidsongeschikt en ontving een WW-uitkering vanaf 4 juni 2001 na een herziening van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage. Na ziekte en herstel werd de WW-uitkering per 28 november 2001 hervat. Gedaagde verzocht appellant meerdere malen om werkbriefjes te retourneren om het recht op uitkering te beoordelen. Appellant voldeed hier niet aan, waarna de uitkering werd ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht uit artikel 25 WW Pro had geschonden en dat de intrekking op grond van artikel 22a WW rechtmatig was. Ook was onvoldoende aannemelijk dat appellant de verzoeken niet had ontvangen, en werd het vertrouwensbeginsel niet geschonden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar de Raad stelde vast dat appellant op de hoogte had kunnen zijn van zijn verplichtingen en dat de brieven hem hadden bereikt. Omdat appellant geen relevante inlichtingen verstrekte, was de inlichtingenplicht niet nagekomen. Er was geen sprake van een rechtens te honoreren vertrouwen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WW-uitkering wegens niet nakomen van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.