ECLI:NL:CRVB:2005:AT6790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsverklaring bezwaar WW-uitkering wegens ontbreken gronden
Appellant was werkzaam als machine-operator en zijn arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 september 2003. Hij vroeg een WW-uitkering aan, die werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Appellant diende een bezwaarschrift in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het geen gronden zou bevatten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het bezwaarschrift wel gronden bevatte, ook al waren deze summier en niet duidelijk uitgewerkt.
De Raad benadrukte dat aan een bezwaarschrift geen hoge motiveringseisen worden gesteld en dat ook summiere gronden in beginsel voldoen aan artikel 6:5 Awb Pro. Hoewel appellant niet op de uitnodiging tot aanvulling van de gronden reageerde, had tijdens de hoorzitting alsnog nadere toelichting kunnen plaatsvinden. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak.
De Raad wees erop dat deze uitspraak niet betekent dat appellant recht heeft op een uitkering, maar dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de WW-uitkering is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en het besluit wordt vernietigd.