ECLI:NL:CRVB:2005:AT6811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen brief eigen risicodragerschap WAO niet-ontvankelijk verklaard
Appellante, een onderneming, werd vanaf 1 januari 2003 eigen risicodrager voor de WAO. Zij had echter niet onderkend dat een ex-werknemer al vanaf 24 juli 2001 een WAO-uitkering ontving. De uitvoeringsinstantie stuurde appellante een brief waarin werd meegedeeld dat zij vanaf 1 januari 2003 de WAO-uitkering aan die ex-werknemer moest betalen. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de brief van 2 januari 2003 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar slechts een mededeling over de gevolgen van het eigen risicodragerschap. Hierdoor had het bezwaar niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
Daarnaast bepaalt de Raad dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde recht van € 641,- moet vergoeden, en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief is niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.