ECLI:NL:CRVB:2005:AT7327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant exploiteert sinds 1992 een bedrijf in model- en maquettebouw en vroeg bijstand aan op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Gedaagde verleende een voorschot, maar wees later de aanvraag af wegens het ontbreken van een levensvatbaar bedrijf, gebaseerd op adviezen van het IMK. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad toetste of het bedrijf ten tijde van het primaire besluit levensvatbaar was en concludeerde dat gedaagde zich terecht op de IMK-rapporten baseerde. Gegevens na het primaire besluit konden niet worden meegewogen. Wel vernietigde de Raad het besluit tot terugvordering van bijstand voor de periode na de beslistermijn, omdat gedaagde deze termijn niet had verlengd of opgeschort.
De Raad wees het verzoek tot schadevergoeding af en veroordeelde gedaagde in de proceskosten van appellant. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard, het besluit tot terugvordering deels vernietigd, en de rechtsgevolgen van het overige besluit in stand gelaten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot terugvordering wordt deels vernietigd en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.