ECLI:NL:CRVB:2005:AT7520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet tijdig ziekmelden na vakantie
Appellant ging op 5 juli 2002 op vakantie naar Marokko en zou op 1 augustus 2002 weer aan het werk gaan, maar verscheen niet. Hij stelde dat hij eind juli ziek werd en zich tijdig ziek had gemeld bij zijn werkgever. Ter onderbouwing overlegde hij medische verklaringen van artsen uit Marokko.
De werkgever verklaarde echter dat geen ziekmelding was ontvangen en dat appellant pas half augustus contact opnam voor een voorschot, zonder ziekmelding. Pas op 6 september verscheen appellant op het werk met de verklaring dat zijn vrouw ziek was, waarna zijn contract niet werd verlengd.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zich tijdig ziek had gemeld of dat hij zo ernstig ziek was dat ziekmelding onmogelijk was. De medische stukken waren onvoldoende concreet. Daarom was het terecht dat de WW-uitkering werd geweigerd omdat appellant door eigen toedoen passend werk verloor.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd omdat appellant zich niet tijdig ziek heeft gemeld en daardoor passend werk verloor door eigen toedoen.