ECLI:NL:CRVB:2005:AT7543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank die de intrekking van de bijstandsuitkering aan [naam partner] en de terugvordering van de gemaakte kosten bevestigde. De kern van het geschil betrof de vraag of appellant en [naam partner] een gezamenlijke huishouding voerden in de zin van de Algemene bijstandswet (Abw).
De Raad concludeerde op basis van schriftelijke verklaringen en een huurovereenkomst dat sprake was van een gezamenlijke huishouding vanaf 1 april 2000. Omdat [naam partner] haar inlichtingenverplichting niet was nagekomen, werd de bijstand ten onrechte verleend en diende de gemeente de kosten mede van appellant terug te vorderen.
Appellant verscheen niet op de zitting, ondanks oproep, en stelde geen belanghebbende te zijn bij het besluit tot intrekking en boete aan [naam partner]. De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering met terugvordering en boete wordt bevestigd.