ECLI:NL:CRVB:2005:AT7623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking WAO-uitkering internationaal chauffeur wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant, een internationaal chauffeur, kreeg zijn WAO-uitkering ingetrokken omdat hij geschikt werd geacht voor zijn eigen werk als internationaal vrachtwagenchauffeur tractorentransport. De Raad van Bestuur van het UWV stelde dat deze maatmanfunctie voldoende voorkomt op de arbeidsmarkt en dat de urenomvang en het maatmaninkomen correct waren vastgesteld.
Appellant voerde aan dat de laatst verrichte werkzaamheden tijdelijk en experimenteel waren en dat zijn oorspronkelijke, zwaardere werk in het volumetransport als maatman moest gelden. Ook stelde hij dat de functie niet in voldoende mate op de arbeidsmarkt voorkomt en dat de urenomvang en beloning onjuist waren vastgesteld.
De Centrale Raad oordeelde dat de medische beoordeling van appellant correct was en dat hij geschikt was voor de maatmanfunctie. Echter, de Raad vond dat onvoldoende was aangetoond dat de maatmanfunctie in voldoende mate op de arbeidsmarkt voorkomt, mede omdat slechts één werkgever met acht arbeidsplaatsen werd genoemd. Tevens was onvoldoende rekening gehouden met het ziekteverzuim in de urenomvang.
Daarom vernietigde de Raad het besluit van 13 december 2002 en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen.