ECLI:NL:CRVB:2005:AT7788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing niet-ontvankelijkverklaring bezwaar terugvordering WAO-uitkering
Het geschil betreft een terugvordering van € 2.692,30 aan onverschuldigd betaalde WAO-uitkering door het UWV aan gedaagde. Gedaagde maakte bezwaar, maar dit werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaargronden. De rechtbank vernietigde deze niet-ontvankelijkverklaring en verklaarde het bezwaar ontvankelijk, omdat het UWV onvoldoende had gemotiveerd en geen berekening van het teruggevorderde bedrag had verstrekt.
In hoger beroep bestreed het UWV dit oordeel, stellende dat gedaagde zijn motiveringsklacht had kunnen onderbouwen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het bezwaarschrift van 11 juli 2002 wel degelijk een concrete bezwaargrond bevatte, namelijk het ontbreken van een berekening van het teruggevorderde bedrag, en dat het UWV onvoldoende heeft gereageerd op verzoeken om deze informatie.
De Raad bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van de motiveringen in deze uitspraak. Tevens wordt een recht van € 414,- geheven van het UWV.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering WAO-uitkering is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard; het UWV moet een nieuw besluit nemen.