ECLI:NL:CRVB:2005:AT8035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling definitieve WIK-uitkering en terugbetaling lening afgewezen
De zaak betreft de vaststelling van de definitieve Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK)-uitkering over het jaar 2000 aan gedaagde. Appellant, de gemeente Amsterdam, had bij besluit de uitkering vastgesteld op €744,78 en het meerdere van €900,92 als lening aangemerkt die terugbetaald moest worden. Gedaagde maakte bezwaar tegen deze terugvordering.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat gedaagde gerechtvaardigde verwachtingen had omtrent de berekeningswijze van de uitkering, waarbij het gemiddelde maandinkomen inclusief de WIK-uitkering werd gedeeld door 12 en vergeleken met de bijstandsnorm. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de redactie van het toekenningsbesluit weliswaar tot misverstand kan leiden, maar geen ondubbelzinnige toezegging bevat waaruit gerechtvaardigde verwachtingen kunnen worden afgeleid. De gehanteerde berekeningswijze is in overeenstemming met de wettelijke bepalingen. Daarom wordt het beroep van appellant gegrond verklaard, het eerdere besluit gehandhaafd en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en vernietigt tevens het besluit van 12 augustus 2004 dat was genomen naar aanleiding van de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot terugbetaling van de lening wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.