ECLI:NL:CRVB:2005:AT8087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en maatregel WW-uitkering na voortijdig stoppen opleiding
Appellante ontving een WW-uitkering bestaande uit een loongerelateerde uitkering en een vervolguitkering. Met ingang van september 2000 werd deze omgezet in een uitkering op grond van de Wet Rea vanwege het volgen van een noodzakelijke opleiding tot bloemverkoop/bloemschikken. Appellante stopte echter na ongeveer een week met de opleiding, waarna de uitkering werd beëindigd en een maatregel werd opgelegd wegens het niet naleven van de verplichting tot meewerken aan scholing volgens artikel 26 WW Pro.
Gedaagde vorderde terugbetaling van het verschil tussen de Wet Rea-uitkering en de WW-uitkering over de periode van september 2000 tot maart 2001. Appellante betwistte de terugvordering en stelde dat zij geen lager bedrag ontving door de overgang van uitkering. De rechtbank wees het beroep af, maar de Centrale Raad vernietigde de terugvordering voor het deel over de periode 9 oktober 2000 tot 25 maart 2001 wegens het ontbreken van benodigde gegevens voor een juiste berekening.
De Raad oordeelde dat appellante verwijtbaar handelde door zonder overleg voortijdig te stoppen met de opleiding, ondanks haar gezondheidssituatie, en bevestigde de opgelegde maatregel van 30% korting over 16 weken. De Raad veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De maatregel wegens voortijdig stoppen met de opleiding wordt bevestigd; de terugvordering over een deel van de periode wordt vernietigd wegens onvoldoende gegevens.