ECLI:NL:CRVB:2005:AT8192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na conflicten met werkgever
Appellant was sinds 1997 in dienst bij een werkgever na overname van zijn verzekeringsbedrijf. Begin 2001 ontstond onenigheid over een aandelenparticipatie of optieregeling. De werkgever stuurde meerdere brieven waarin hij appellant waarschuwde voor laakbaar gedrag, waaronder het informeren van zakelijke relaties over het conflict, met mogelijke ontslagdreiging.
Ondanks deze waarschuwingen heeft appellant toch zakelijke relaties geïnformeerd over het geschil en zijn voornemen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De werkgever zag dit als ontoelaatbaar en ontsloeg appellant op staande voet. De aanvraag van appellant voor een WW-uitkering werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid, een beslissing die ook in bezwaar en beroep werd bevestigd.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een onvoorwaardelijke toezegging omtrent de aandelenparticipatie. De waarschuwingen van de werkgever waren duidelijk en appellant had kunnen begrijpen dat zijn handelen risico’s voor het dienstverband inhield. Het feit dat er geen concrete schade was ontstaan deed hieraan niet af. Verminderde verwijtbaarheid was niet aannemelijk gemaakt, en de Raad bevestigde de weigering van de WW-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.