ECLI:NL:CRVB:2005:AT8204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering wegens ontslag op staande voet en onvoldoende loonvordering
Appellant was sinds 2 november 1998 in dienst bij uitzendbureau Isik B.V. Op 10 juli 2002 werd het faillissement van Isik uitgesproken en de arbeidsovereenkomst met appellant werd opgezegd per 13 september 2002. Appellant vroeg een WW-uitkering aan die betrekking had op achterstallig loon en overwerk vanaf september 1999.
De uitkeringsinstantie wees de aanvraag af omdat appellant op 23 september 2000 op staande voet was ontslagen en geen rechtsmiddelen tegen dat ontslag had aangewend. Hierdoor zou de dienstbetrekking rechtsgeldig zijn geëindigd en was er geen loonvordering meer. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond wegens onvoldoende aannemelijkheid van de loonvordering.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en bevestigt het oordeel dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Isik verplicht was loon door te betalen na het ontslag op staande voet. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden besluit en uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WW-uitkering wegens rechtsgeldig ontslag op staande voet en onvoldoende loonvordering.