ECLI:NL:CRVB:2005:AT8307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beschikbaarheid voor arbeid en recht op WW-uitkering bij gedeeltelijke werkloosheid
Appellante was gedeeltelijk werkloos na het beëindigen van haar dienstverband bij Vevam en vroeg een tweede WW-uitkering aan. De Raad van bestuur van het UWV stelde dat zij zich slechts voor 15 uur per week beschikbaar hield voor arbeid, terwijl zij stelde beschikbaar te zijn voor 30 uur. Dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante zich niet meer dan 15 uur beschikbaar hield, mede gelet op haar inschrijving bij het CWI en het intakegesprek. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, omdat appellante geen bewijs leverde van sollicitaties voor meer dan 15 uur.
De Raad concludeerde dat appellante niet werkloos is geworden in de zin van artikel 16, eerste lid, van de WW voor de uren van haar dienstverband bij Vevam en dat het bestreden besluit om haar tweede WW-uitkering te weigeren terecht is gehandhaafd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellante heeft zich niet voldoende beschikbaar gesteld voor arbeid en heeft daarom geen recht op een tweede WW-uitkering.