ECLI:NL:CRVB:2005:AT8351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon en verwijtbaarheid werkloosheid bij beëindiging eerste dienstbetrekking
Appellant diende een aanvraag in voor een WW-uitkering, waarbij het dagloon werd vastgesteld op basis van zijn verdiensten bij twee dienstbetrekkingen. Hij betwistte de hoogte van het dagloon en stelde dat dit alleen gebaseerd moest worden op zijn loon bij het Laurentius ziekenhuis, omdat hij niet verwijtbaar werkloos was geworden bij beëindiging van dat dienstverband.
De Raad stelde vast dat appellant na een proeftijd bij het Laurentius ziekenhuis niet werd voortgezet vanwege onvoldoende aanpassingsvermogen en gedragsproblemen, maar dat hij desondanks tot het einde van het jaar mocht doorwerken om een andere baan te zoeken. Vervolgens was appellant kort in dienst bij Innervate Staffing B.V., waar hij binnen de proeftijd werd ontslagen.
De rechtbank oordeelde dat appellant verwijtbaar werkloos was geworden, waardoor de garantieregeling niet van toepassing was en het dagloon juist was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter anders: de stukken boden onvoldoende basis om verwijtbaarheid aan te nemen. Het bestreden besluit was ondeugdelijk gemotiveerd en werd vernietigd. De zaak werd terugverwezen voor een nieuw besluit, waarbij appellant tevens werd toegekend in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit over het dagloon wordt vernietigd en appellant wordt niet verwijtbaar werkloos verklaard.