ECLI:NL:CRVB:2005:AT8460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor alternatieve geneeswijze bij longemfyseem
Appellante, lijdend aan longemfyseem en bijkomende klachten zoals vermoeidheid en concentratiestoornissen, verzocht bijzondere bijstand voor behandelingen bij een homeopathisch arts en acupuncturist. De gemeente Breda wees dit verzoek af, omdat de medische noodzaak voor deze alternatieve behandelingen ontbrak, gebaseerd op een advies van de GGD-arts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad overwoog dat bijzondere bijstand slechts kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten voortvloeiend uit bijzondere omstandigheden, en dat medische noodzaak daarbij een vereiste is.
De Raad stelde vast dat de gemeente Breda terecht het advies van de GGD-arts heeft gevolgd, die na zorgvuldige medische beoordeling concludeerde dat de alternatieve behandelingen niet medisch noodzakelijk waren. De door appellante overgelegde stukken boden geen aanleiding om dit oordeel te herzien.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van bijzondere bijstand bevestigd wegens het ontbreken van medische noodzaak.