ECLI:NL:CRVB:2005:AT8585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging mindering nabestaandenpensioen op AOW-toeslag
Appellant, geboren in augustus 1934, ontving vanaf 1 augustus 1999 een volledig ouderdomspensioen en een toeslag op grond van de AOW. De toeslag werd berekend op basis van het inkomen van zijn echtgenote, bestaande uit een WAO-uitkering en een nabestaandenpensioen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het nabestaandenpensioen werd aangemerkt als inkomen in verband met arbeid, waardoor de toeslag werd verminderd.
In hoger beroep betoogde appellant dat het nabestaandenpensioen ten onrechte in mindering werd gebracht, verwijzend naar het verschil met de ANW-regeling waar dit niet gebeurt. De Raad oordeelde dat het pensioen onder de definitie van een pensioenregeling valt en derhalve terecht als inkomen wordt beschouwd voor de toeslagkorting. Het verschil met de ANW-regeling is volgens de Raad voldoende gerechtvaardigd.
Verder stelde gedaagde dat het gezinsinkomen vanaf 1 augustus 1999 niet onder het sociaal minimum viel, waardoor geen aanleiding bestond tot een andere inkomensbepaling. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens wees de Raad een verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de mindering van het nabestaandenpensioen op de AOW-toeslag wordt bevestigd.