ECLI:NL:CRVB:2005:AT9036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant had zijn WW-uitkering met ingang van 15 april 2002 met 20% verlaagd gekregen voor een periode van 16 weken omdat hij onvoldoende sollicitaties had verricht. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank Rotterdam ongegrond verklaard. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet wist dat hij moest solliciteren vanwege lopende beroepsprocedures in zijn WAO-zaak en dat een waarschuwing passend was geweest.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant voldoende op de hoogte was van zijn sollicitatieplicht, mede door verstrekte brochures en waarschuwingen van de arbeidsdeskundige. Het enkele feit dat appellant dacht dat eerst de WAO-procedure moest worden afgerond, leidt niet tot vermindering van verwijtbaarheid.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De Raad benadrukt dat appellant de verplichting had om ten minste één concrete sollicitatie per week te verrichten en dat hij deze niet is nagekomen.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 20% gedurende 16 weken wordt bevestigd wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen.