ECLI:NL:CRVB:2005:AT9182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag deeltijd wegens langdurige ziekte ambtenaar defensie
Appellante, een burgerambtenaar bij Defensie, werd in mei 1998 ongeschikt voor haar werkzaamheden door ziekte. Na gedeeltelijke hervatting in juni 2000 bleek in 2001 dat zij een WAO-uitkering zou ontvangen wegens een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. De bedrijfsarts adviseerde een deeltijdcontract van 20 uur per week. Vervolgens werd een ontslagvoorstel gedaan en een functieongeschiktheidsadvies aangevraagd.
Uit het advies bleek dat appellante op de ontslagdatum al twee jaar arbeidsongeschikt was en dit nog minstens zes maanden zou blijven. Op 3 september 2001 besloot Defensie haar met ingang van 1 november 2001 te ontslaan voor 19 uur per week op grond van artikel 121 Bard Pro. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de grote afstand tot de hoorzitting de laagdrempeligheid van de bezwaarprocedure schond. De Raad oordeelde dat zij en haar gemachtigde correct waren opgeroepen en dat het late bericht van niet-verschijnen onvoldoende was om de zitting te verplaatsen.
De Raad overwoog dat het ontslag op grond van langdurige ziekte en ongeschiktheid rechtmatig was, omdat appellante al bijna drie jaar ongeschikt was en herstel niet binnen zes maanden te verwachten was. Omdat zij haar functie in een medisch passende deeltijdvariant kon blijven vervullen, was nader onderzoek naar herplaatsing niet vereist.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslagbesluit voor 19 uur per week wegens langdurige ziekte.