ECLI:NL:CRVB:2005:AT9601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging financiële tegemoetkoming vervoer op grond van Wvg wegens voldoende deelname aan directe leefomgeving
Appellante, die sinds 1998 een financiële tegemoetkoming ontving voor vervoerskosten op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), maakte bezwaar tegen de beëindiging daarvan per 1 februari 2002. De gemeente Velsen startte een collectief vervoerssysteem (CV) en stelde dat appellante daarmee voldoende vervoersmogelijkheden had. Medische rapporten van GGD en Argonaut B.V. concludeerden dat appellante in staat was het CV te gebruiken en dat er geen medische belemmeringen waren.
Appellante voerde aan dat zij vanwege een angststoornis niet met het CV kon reizen en dat haar sociale contacten zich buiten de gemeente bevonden, waardoor zij sociaal isolement zou dreigen. De Raad overwoog dat de zorgplicht van de gemeente zich primair richt op deelname aan het leven in de directe leefomgeving en dat bovenregionale contacten slechts in uitzonderlijke gevallen tot extra voorzieningen leiden.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante met de combinatie van CV, rolstoel en scootmobiel in aanvaardbare mate kon deelnemen aan het leven in haar directe omgeving. De medische adviezen en verklaringen van appellante zelf ondersteunden dit. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante met het collectief vervoer en haar voorzieningen in aanvaardbare mate kan deelnemen aan het leven in haar directe omgeving en wijst het hoger beroep af.