ECLI:NL:CRVB:2005:AT9758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag en beëindiging tijdelijk dienstverband ambtenaar na plichtsverzuim en onvoldoende functioneren
Appellant was sinds 1 maart 2000 in tijdelijke dienst bij de gemeente Arnhem en verlengde zonder toestemming zijn vakantie driemaal, wat leidde tot een disciplinaire maatregel van voorwaardelijk ontslag met een proeftijd tot 1 maart 2003. Daarnaast werd appellant beoordeeld met meerdere onvoldoende scores, wat mede aanleiding was voor verlenging van de proeftijd en uiteindelijk het niet omzetten van het tijdelijke dienstverband in een vast dienstverband.
De Raad oordeelt dat het plichtsverzuim door het zonder toestemming verlengen van de vakantie terecht is bestraft met voorwaardelijk ontslag. De door appellant aangevoerde redenen voor zijn langere afwezigheid zijn onvoldoende om het plichtsverzuim te rechtvaardigen. Ook de procedure rondom de disciplinaire maatregel is volgens de Raad correct verlopen.
Verder heeft appellant zich teruggetrokken uit een selectiecommissie zonder zwaarwegende redenen, wat meeweegt in de negatieve beoordeling van zijn functioneren. De Raad stelt dat de aangepaste beoordelingen niet op onvoldoende gronden berusten en dat appellant onvoldoende blijk heeft gegeven van verbetering tijdens zijn proeftijd.
Gezien het totaalbeeld oordeelt de Raad dat het college van burgemeester en wethouders van Arnhem in redelijkheid heeft kunnen besluiten het tijdelijke dienstverband niet om te zetten in een vast dienstverband. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijk ontslag en de beëindiging van het tijdelijk dienstverband worden bevestigd.