ECLI:NL:CRVB:2005:AT9847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Verantwoordelijkheid reïntegratie tweede spoor blijft bij UWV, loondoorbetalingsverplichting opgeheven
Gedaagde exploiteert een snackbar en had een werknemer die sinds april 2002 arbeidsongeschikt was. De werknemer diende een WAO-aanvraag in met een reïntegratieverslag. Een arbeidsdeskundige concludeerde dat de reïntegratie-inspanningen in het tweede spoor onvoldoende waren, mede omdat gedaagde nagelaten had een loonsanctie op te leggen. Het UWV legde daarop een loondoorbetalingsverplichting op aan gedaagde.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat artikel 658a BW nog niet van kracht was, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de zaak niet door artikel 658a BW wordt beheerst, maar door de WAO, Wet REA en Regeling SUWI. Volgens deze regelgeving blijft de verantwoordelijkheid voor reïntegratie in het tweede spoor bij het UWV, tenzij de werkgever dit schriftelijk aan het UWV heeft overgedragen.
Gedaagde had dit niet gedaan, waardoor de loondoorbetalingsverplichting onterecht was opgelegd. De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af omdat de civielrechtelijke verplichting tot loondoorbetaling losstaat van het bestuursrechtelijke besluit. De proceskosten werden aan het UWV opgelegd.
Uitkomst: De loondoorbetalingsverplichting aan de werkgever wordt vernietigd omdat de verantwoordelijkheid voor reïntegratie in het tweede spoor bij het UWV blijft.