ECLI:NL:RBROT:2004:AP1576
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Stuurop
- L.A.C. van Nifterick
- A. van Sonsbeeck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werknemer
De werknemer, sinds mei 1999 in dienst, viel in april 2002 uit wegens rugklachten en hervatte in aangepast werk. De arbeidsdeskundige concludeerde dat de re-integratie-inspanningen van de werkgever onvoldoende waren, met name het niet bevorderen van het tweede spoor. De werknemer stelde zich niet actief op en hield zich niet aan controlevoorschriften, maar de werkgever had nagelaten een loonsanctie op te leggen om dit gedrag te sanctioneren.
De werkgever voerde aan niet verplicht te zijn tot het starten van een outplacementtraject, omdat de wettelijke verplichting daartoe pas per 1 januari 2004 inging. De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat het bestreden besluit, dat uitging van een eerdere verplichting, op een onjuiste grondslag berust. Daarnaast ontbrak een feitelijke grondslag voor de stelling dat de werkgever onvoldoende inspanningen had geleverd binnen de eigen onderneming.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de werkgever niet gehouden was tot het bevorderen van inschakeling via het tweede spoor vóór 1 januari 2004 en dat de opgelegde loonsanctie daarom onterecht was.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot loonsanctie wordt vernietigd omdat de wettelijke verplichting tot outplacement pas vanaf 1 januari 2004 geldt.