ECLI:NL:CRVB:2005:AU0527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kortdurende WW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsverleden
Appellant heeft een kortdurende WW-uitkering aangevraagd op basis van 16 uren per week, maar de uitkering werd geweigerd omdat hij niet voldeed aan de arbeidsverledeneis zoals gesteld in artikel 17b van de WW. De kern van het geschil betrof de vraag of het kalenderjaar 1999, waarin appellant slechts 17 dagen loon ontving en een kind verzorgde, gelijkgesteld kon worden aan een jaar met minimaal 52 loondagen.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak uit 1998 waarin dezelfde wetsbepaling op dezelfde wijze werd uitgelegd. De Raad achtte de uitleg van het uitvoeringsorgaan correct en zag geen reden om daarvan af te wijken.
De Raad wees ook het verzoek om vergoeding van proceskosten af en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak. Hiermee blijft het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in stand dat appellant geen recht heeft op de kortdurende WW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsverleden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de kortdurende WW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsverleden.