ECLI:NL:CRVB:1998:AA8789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- P.H. Hugenholtz
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over arbeidsverledeneis en loongerelateerde WW-uitkering
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) waarbij haar een loongerelateerde en vervolguitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) werd geweigerd wegens het niet voldoen aan de arbeidsverledeneis. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het kalenderjaar 1991, waarin haar zoon werd geboren, moet worden meegeteld als een jaar waarin zij loon heeft genoten.
De Raad overweegt dat de wettelijke bepaling (artikel 17b, tweede lid, WW) niet eenduidig is, maar dat de uitleg waarbij het jaar waarin het kind geboren is niet wordt meegeteld, het meest passend is. Dit voorkomt ongewenste effecten en sluit aan bij de wetsgeschiedenis en het oogmerk van de wetgever.
Appellante mocht geen gerechtvaardigde verwachtingen ontlenen aan een andere uitleg van het Lisv bij de aanvraag in 1995. De Raad oordeelt dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden, omdat gelijke gevallen gelijk zijn behandeld en de latere uniforme toepassing van de bepaling geen terugwerkende kracht heeft.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.