ECLI:NL:CRVB:2005:AU0706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn bij beëindiging bijstandsuitkering
Gedaagde ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande. De gemeente Helmond beëindigde de bijstand met ingang van 1 november 2001 en wees een aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht af. Gedaagde stuurde op 28 maart 2002 een brief die door de gemeente werd opgevat als onderdeel van een bezwaarprocedure tegen het beëindigingsbesluit. Later bleek dat gedaagde meende bezwaar te maken tegen het afwijzingsbesluit van 22 maart 2002, maar dit bezwaar werd niet binnen de termijn ingediend.
De gemeente verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank oordeelde dat de gemeente uit zorgvuldigheid had moeten onderzoeken wat gedaagde met haar brief van 28 maart 2002 bedoelde en vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid. De gemeente ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelt dat de gemeente zich niet alleen op de inhoud en vorm van de brief had mogen richten, maar ook had moeten nagaan of deze als bezwaar moest worden opgevat, zeker omdat het de enige brief binnen de termijn was. De Raad veroordeelt de gemeente in de proceskosten en heft griffierecht.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van gedaagde is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn, maar de gemeente had uit zorgvuldigheid moeten onderzoeken wat gedaagde met haar brief beoogde.