ECLI:NL:CRVB:2005:AU1143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en vermogen boven vrij te laten grens
Appellant ontving sinds december 1996 bijstand volgens de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een politieonderzoek in 2001 ontstond het vermoeden dat appellant en zijn echtgenote over meer vermogen beschikten dan toegestaan. Een gemeentelijk onderzoek leidde tot een besluit van 20 maart 2003 waarbij het recht op bijstand werd ingetrokken vanaf 21 juli 2000 en terugvordering werd ingesteld van € 45.694,21 voor de periode tot 31 oktober 2002.
De intrekking was gebaseerd op het bezit van een Mercedes met een waarde van circa f 100.000,-- en andere bezittingen die niet waren gemeld, waarmee appellant zijn inlichtingenplicht schond. De Raad onderscheidde drie perioden: tot 28 juli 2002 was het vermogen boven de grens; van 28 juli tot 12 november 2002 bleef de intrekking gerechtvaardigd; over de periode 13 november 2002 tot 20 maart 2003 was er echter geen sprake van vermogen boven de grens door inbeslagname, waardoor de intrekking onrechtmatig was.
De Raad vernietigde daarom het besluit voor deze laatste periode, maar handhaafde de terugvordering en intrekking voor de eerdere periodes. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente Ede in de proceskosten van appellant en bepaalde dat de betaalde griffierechten werden vergoed. Hiermee werd het beroep van appellant deels gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand over de periode 13 november 2002 tot 20 maart 2003 wordt vernietigd, terugvordering en intrekking over eerdere perioden blijven in stand.