ECLI:NL:CRVB:2005:AU1442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering en werden onderzocht naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek naar underground banking. Uit telefoontapverslagen en administratie bleek dat zij werkzaamheden en inkomsten niet hadden gemeld, wat leidde tot intrekking van de uitkering en terugvordering van kosten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar appellanten stelden in hoger beroep dat de hoorzitting onterecht niet was uitgesteld terwijl zij hierom hadden verzocht. De Raad oordeelde dat het verzoek om uitstel vanwege vakantie niet terecht was afgewezen, omdat het belang van bijstand door een gemachtigde bij de mondelinge behandeling zwaarwegend was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en bevestigde dat de intrekking en terugvordering terecht waren vanwege schending van de inlichtingenverplichting. De proceskosten werden aan appellanten toegewezen. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 15 juli 2003 vernietigd wegens schending van het recht op hoorzitting, maar de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering blijven in stand.