ECLI:NL:CRVB:2005:AU1489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoeken om bijstandsverlening en rentekwijtschelding op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen
Appellant had bijstand ontvangen in de vorm van geldleningen voor zijn onderneming en verzocht om omzetting van deze leningen in bijstand om niet over de jaren 1998 en 1999, alsmede om kwijtschelding van rente over 1999 en 2000. De gemeente Purmerend had deze verzoeken afgewezen, waarna appellant bezwaar maakte en in hoger beroep ging.
De Raad overwoog dat het verzoek tot omzetting van de bijstand over 1998 een verzoek tot herziening van een onherroepelijk besluit betrof, waarbij alleen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aanleiding kunnen zijn voor herziening. Appellant had geen nieuwe feiten aangevoerd en zijn argumenten werden als nadere argumenten beoordeeld. Voor 1999 was geen aanvraag voor bijstand om niet ingediend en appellant beschikte over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten te voorzien. De rentekwijtschelding werd afgewezen omdat het inkomen van appellant in 1999 en 2000 boven de jaarnorm lag.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de winst uit onderneming en opnamen uit de rekening-courant als inkomen moesten worden meegeteld, ook al was de rechtsvorm een besloten vennootschap. De keuze van appellant om de winst in de onderneming te houden, kon niet leiden tot een aanspraak op bijstand. De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond was en bevestigde de bestreden uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.