ECLI:NL:CRVB:2005:AU1494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek waaruit bleek dat appellante inkomsten uit arbeid had genoten zonder dit te melden en dat zij sinds 1 september 2001 een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner. Gedaagde beëindigde daarop de bijstand, herzag deze over een eerdere periode en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat gedaagde onvoldoende heeft aangetoond dat sprake was van wederzijdse zorg binnen de gezamenlijke huishouding. Tevens heeft gedaagde appellante niet de gelegenheid gegeven om nadere verklaringen te geven over het hoofdverblijf, waardoor het besluit tot intrekking en terugvordering niet rechtmatig is genomen.
De Raad vernietigt daarom het besluit over de beëindiging, intrekking en terugvordering van de bijstand en het boetebesluit. Gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek tot schadevergoeding kan niet worden beslist zolang de omvang van de bijstand niet is vastgesteld.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering en de boete worden vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.