ECLI:NL:CRVB:2005:AT8471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf 11 oktober 1998 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een vermoeden dat zij samenwoonde met haar partner, voerde de gemeente Eindhoven een onderzoek uit. Dit onderzoek, inclusief dossieronderzoek, huisbezoek en getuigenverklaringen, concludeerde dat de partner zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante. Appellante weigerde echter nadere inlichtingen te verstrekken over hun woonsituatie.
Op grond hiervan beëindigde de gemeente de uitkering met ingang van 1 november 2001 en trok zij de bijstand over de periode van 11 oktober 1998 tot 1 november 2001 terug, omdat appellante onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door het niet melden van het hoofdverblijf van haar partner. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij recht had op bijstand. De Raad benadrukt dat het bestuursorgaan eerst de betrokkene moet confronteren met de vaststelling van het hoofdverblijf en gelegenheid moet geven nadere uitleg te geven. Appellante heeft dit nagelaten, waardoor de intrekking en terugvordering terecht zijn.
Er zijn geen dringende redenen gevonden om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting en weigering tot het verstrekken van nadere informatie over de gezamenlijke huishouding.