ECLI:NL:CRVB:2005:AU1508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing en terugvordering Anw-uitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder verzorging
Appellante vroeg een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) aan na het overlijden van haar echtgenoot. Gedaagde, de Sociale Verzekeringsbank, wees de aanvraag met terugwerkende kracht af omdat appellante vanaf het begin een gezamenlijke huishouding voerde met haar zwager zonder dat sprake was van verzorging van een hulpbehoevende.
De Raad oordeelde dat appellante en haar zwager een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij zij samenwoonden, gezamenlijke voorzieningen gebruikten en zorg voor elkaar droegen, waaronder het delen van vaste lasten en het verrichten van huishoudelijke taken. Appellante had niet voldaan aan haar inlichtingenverplichting door gedaagde niet te informeren over de gezamenlijke huishouding.
De Raad bevestigde het besluit tot intrekking van de uitkering en de terugvordering van het ten onrechte betaalde bedrag van €45.544,53. Ook de vaststelling van de invorderingstermijn en de voorwaarden voor betaling werden in stand gelaten. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag en het bezwaar van appellante worden afgewezen en de terugvordering van de ten onrechte betaalde Anw-uitkering wordt bevestigd.