ECLI:NL:CRVB:2005:AU1595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en herkrijging recht op WW-uitkering na zelfstandige werkzaamheden journalist
Appellant, een journalist geboren in 1947, was werkloos vanaf 1 augustus 2001 en ontving een WW-uitkering gebaseerd op 38 arbeidsuren per week. In oktober 2001 verrichtte hij enkele uren werk voor ENCI Media, waarvoor het UWV het recht op WW-uitkering met ingang van 11 oktober 2001 met 9,5 uur beëindigde vanwege het verlies van werknemerschap door niet-verzekeringsplichtige arbeid.
De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden als zelfstandige uitoefening van een beroep moesten worden beschouwd en dat appellant het werknemerschap niet had herkregen, waardoor het recht op uitkering over die uren niet kon herleven. Appellant stelde in hoger beroep dat hij zich niet als zelfstandige had gepresenteerd, geen andere opdrachten had, geen investeringen deed en de opdracht toevallig was.
De Raad stelde vast dat appellant zich niet als zelfstandige had gepresenteerd en dat de opdracht eenmalig en toevallig was. Er was geen sprake van zelfstandige beroepsuitoefening. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen over het herkrijgen van het werknemerschap en het recht op WW-uitkering vanaf week 42, inclusief een verzoek tot vergoeding van renteschade.
De Raad veroordeelde het UWV tevens in de kosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen over het herkrijgen van het recht op WW-uitkering.