ECLI:NL:CRVB:2005:AU1820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door niet-coöperatief gedrag
Appellant trad op 18 oktober 2001 in dienst bij Protektpool BV als Aspirant Beveiligingsbeambte A, met diverse mogelijke werkzaamheden waaronder geld- en waardetransport. Hij was tot 5 januari 2002 ingezet bij Brink’s Nederland BV. Daarna weigerde appellant meerdere keren aangeboden werk te verrichten, waaronder surveillancewerkzaamheden en het hervatten van werk bij Brinks, ondanks eerdere toezeggingen.
Hierdoor verloor appellant het vertrouwen van zijn werkgever, werd op non-actief gesteld en werd de arbeidsovereenkomst voortijdig beëindigd per 8 mei 2002. De Raad beoordeelde of de beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om de WW-uitkering blijvend geheel te weigeren wegens verwijtbare werkloosheid terecht was.
De Raad oordeelde dat appellant door zijn niet-coöperatieve houding redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden. Er waren geen omstandigheden die het verwijtbare karakter van zijn werkloosheid konden wegnemen. Daarom bevestigde de Raad het besluit tot weigering van de WW-uitkering. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.