ECLI:NL:CRVB:2005:AU2033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na beëindiging arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
Appellant werkte via een uitzendbureau en later rechtstreeks bij Van Beest B.V. in meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Volgens artikel 7:668a BW werden deze overeenkomsten als een keten beschouwd, waardoor de laatste overeenkomst werd geconverteerd naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
De werkgever beëindigde deze arbeidsovereenkomst, maar appellant heeft niet tijdig de nietigheid van het ontslag ingeroepen. Hierdoor werd de werkloosheid als verwijtbaar aangemerkt en werd de WW-uitkering geweigerd.
Appellant voerde aan dat artikel 7:668a BW niet op zijn situatie van toepassing was en dat er slechts drie in plaats van vier arbeidsovereenkomsten waren. De Raad verwierp deze stellingen en oordeelde dat de wetgever juist situaties als deze heeft beoogd te reguleren.
De Raad concludeerde dat voortzetting van de dienstbetrekking redelijkerwijs van appellant kon worden verlangd en dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de werkloosheid niet aan hem te wijten is. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na instemming met beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.