ECLI:NL:CRVB:2005:AU2194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering na erfenis wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant ontving vanaf augustus 1999 een bijstandsuitkering. Na het overlijden van zijn vader en moeder ontving hij erfenissen die het vermogen op de peildatum (datum overlijden moeder) deden stijgen tot boven de vrijlatingsgrens. Gedaagde stelde het vermogen vast en besloot tot terugvordering van de bijstandskosten over de periode waarin appellant onterecht bijstand ontving.
Appellant voerde aan dat schulden aan zijn moeder en kosten voor herinrichting van haar flat in mindering hadden moeten worden gebracht. De Raad oordeelde dat schulden alleen in aanmerking worden genomen indien het bestaan op de peildatum aannemelijk is en dat de gestelde schuld vóór die datum was voldaan. Kosten na de peildatum zijn niet relevant voor de vermogensvaststelling.
De Raad concludeert dat gedaagde terecht heeft teruggevorderd en bevestigt het bestreden vonnis. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wegens overschrijding van de vermogensgrens na erfenis wordt bevestigd.