ECLI:NL:CRVB:2005:AU2346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herroeping terugvordering WW-voorschotten voor periode 4 april tot 1 juni 2002
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van voorschotten WW-uitkering die aan gedaagde zijn betaald in de periode van 13 februari 2002 tot 1 juni 2002. Na een aanvankelijke terugvordering besloot appellant op 10 december 2002 het bezwaar van gedaagde gegrond te verklaren en de terugvordering niet langer te handhaven. Desondanks nam appellant op 14 januari 2003 een nieuw besluit tot terugvordering.
De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard voor de periode van 4 april 2002 tot 1 juni 2002, omdat appellant onvoldoende inzichtelijk had gemaakt welke bedragen gedaagde in die periode had ontvangen. Appellant ging tegen dit oordeel in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant uit hoofde van rechtszekerheid niet gerechtigd was om na het definitieve besluit van 10 december 2002 alsnog tot terugvordering over te gaan, aangezien alle relevante gegevens destijds bekend waren en het besluit weloverwogen was genomen. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en herroept het besluit van 14 januari 2003 voor de periode van 4 april tot 1 juni 2002. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het bezwaar wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van voorschotten over 4 april tot 1 juni 2002 wordt herroepen.