ECLI:NL:CRVB:2005:AU2347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontzegging WW-uitkering wegens niet-beschikbaarheid voor werk
Appellant ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering en vroeg op 10 oktober 2002 een WW-uitkering aan. Gedaagde ontzegde het recht op WW-uitkering per 9 oktober 2002 omdat appellant niet beschikbaar zou zijn om werk te aanvaarden. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 13 maart 2003 ongegrond verklaard door gedaagde. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad overwoog dat uit de opgave van sollicitaties niet ondubbelzinnig blijkt dat appellant zich niet beschikbaar stelt voor arbeid. Daarom kan het besluit tot ontzegging van de WW-uitkering niet in stand blijven. De aangevallen uitspraak die dit besluit handhaafde wordt vernietigd.
De Raad beveelt gedaagde een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan eventuele schadevergoeding. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellant voor bezwaar, eerste aanleg en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot ontzegging van de WW-uitkering wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.