ECLI:NL:CRVB:2005:AU2348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, sinds 1992 arbeidsongeschikt als timmerman, kreeg een WAO-uitkering van 80-100% die in 2001 werd herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Deze herziening volgde op een medisch onderzoek en beoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek niet consistent was en dat de verzekeringsarts niet objectief zou zijn. Ook betwistte hij de geschiktheid van de geselecteerde functies en de motivering daarvan. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek volledig en zorgvuldig was uitgevoerd volgens artikel 4 van Pro het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en dat de verzekeringsarts objectief was.
De Raad vond geen aanleiding voor aanvullend medisch onderzoek en bevestigde dat appellant met de vastgestelde beperkingen de geselecteerde functies kan verrichten. Brieven van latere datum en ontheffingen van de arbeidsverplichting werden niet relevant geacht voor de beoordeling van de situatie per 13 augustus 2001.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd na een zorgvuldig en volledig medisch onderzoek.