ECLI:NL:CRVB:2005:AU2350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens gebrek aan beschikbaarheid voor arbeid
Appellant stelde zich beschikbaar voor arbeid en voerde aan dat hij recht had op een WW-uitkering. De Raad beoordeelde het geschil aan de hand van de Werkloosheidswet en concludeerde dat appellant niet beschikbaar was om arbeid te aanvaarden gedurende de relevante periode. Hoewel appellant zich had ingeschreven als werkzoekende en enkele sollicitatiebrieven had overgelegd, waren deze onvoldoende concreet en verifieerbaar om daadwerkelijke beschikbaarheid aan te tonen.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat alleen bij ondubbelzinnige gedragingen kan worden geconcludeerd dat iemand niet beschikbaar is. In dit geval ontbrak zodanige ondubbelzinnigheid niet, maar de feitelijke gedragingen en verklaringen van appellant wezen op het tegendeel: hij stelde zich niet beschikbaar voor arbeid, mede vanwege zijn ziekte en de geringe realiteitswaarde van zijn sollicitaties.
De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen de weigering van de WW-uitkering en de terugvordering van voorschotten ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat de terugvordering terecht was. De enkele omstandigheid dat appellant geen bijstand kon krijgen in de periode tussen voorschotverlening en weigering was onvoldoende om dringende redenen aan te nemen die terugvordering in de weg staan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering en de terugvordering van onverschuldigde voorschotten wegens gebrek aan beschikbaarheid voor arbeid.