ECLI:NL:CRVB:2005:AU2427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermogenswaarde van auto's bij aanvraag bijstandsuitkering ter aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellante vroeg bijstand ter aanvulling van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering. De gemeente wees dit af wegens onvoldoende informatie over haar vermogen, waarbij werd aangenomen dat drie auto's op haar naam tot haar vermogen behoorden.
Appellante stelde dat twee auto's eigendom waren van haar broer en slechts tijdelijk op haar naam stonden om verzekeringskosten te besparen, en dat een derde auto ook van een broer was en slechts kort op haar naam stond. De Raad oordeelde dat alleen auto's die op het moment van de aanvraag op haar naam stonden, als vermogen konden worden beschouwd.
De BMW en VW Golf stonden sinds 29 april 2002 niet meer op haar naam en de BMW was in juli 2002 in beslag genomen. De derde auto stond slechts van 12 tot 16 december 2002 op haar naam, na de aanvraagdatum. Er was geen bewijs dat appellante over de verkoopopbrengsten beschikte.
De Raad vernietigde het besluit van 15 juli 2003 en het vonnis van de voorzieningenrechter, en beval een nieuwe beslissing met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.