ECLI:NL:CRVB:2005:AU2439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.G. Treffers
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht van ZZP-ers via uitzendbureau op grond van sociale werknemersverzekeringswetten
De zaak betreft de vraag of zelfstandigen zonder personeel (ZZP-ers) die via een uitzendbureau werkzaamheden verrichten, onder de verzekeringsplicht van de sociale werknemersverzekeringswetten vallen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had op grond van een onderzoek besloten dat voor twee ZZP-ers verzekeringsplicht bestond, omdat zij een privaatrechtelijke dienstbetrekking hadden met het uitzendbureau. De rechtbank had dit besluit vernietigd omdat niet was voldaan aan het vereiste van gezagsverhouding.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat de driepartijenrelatie tussen uitzendbureau, ZZP-ers en inleners moet worden beoordeeld aan de hand van de artikelen 7:610 en 7:690 BW. De Raad stelde vast dat de ZZP-ers persoonlijk arbeid moesten verrichten, dat het uitzendbureau loon betaalde en dat zij onder toezicht en leiding van de inleners werkten, wat duidt op een gezagsverhouding.
De Raad concludeerde dat de arbeidsrelaties kunnen worden aangemerkt als uitzendovereenkomsten en dat er sprake is van een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding. De eerdere vernietiging van het besluit werd gehandhaafd, maar op andere gronden. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de gedaagde.
Uitkomst: De Raad verklaart de beroepen gegrond en bevestigt de verzekeringsplicht van de ZZP-ers op grond van sociale werknemersverzekeringswetten.