ECLI:NL:CRVB:2005:AU2887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over terugvordering onverschuldigde bijstand zonder dringende redenen
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bellingwedde tot terugvordering van onverschuldigde bijstand over de periode van 1 mei 1994 tot en met 28 februari 1998. De rechtbank had het besluit deels vernietigd en het College opgedragen een nieuw besluit te nemen. Dit nieuwe besluit bepaalde een terugvordering van € 11.479,80.
Appellante stelde in hoger beroep dat het College ten onrechte niet opnieuw advies van de bezwarencommissie had ingewonnen en dat er dringende redenen waren om geheel of gedeeltelijk af te zien van terugvordering. De Raad oordeelde dat het niet opnieuw horen van appellante voorafgaand aan het nieuwe besluit niet onzorgvuldig was, gezien eerdere hoorzitting en beperkte beoordelingsruimte.
Verder overwoog de Raad dat het enkele feit dat appellante schulden heeft, niet kwalificeert als dringende reden in de zin van artikel 78, derde lid, van de Algemene bijstandswet. Terugvordering leidt niet tot onaanvaardbare financiële of sociale consequenties omdat aflossingsbedragen worden vastgesteld met inachtneming van de beslagvrije voet. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen dringende redenen zijn om af te zien van terugvordering van onverschuldigde bijstand.