ECLI:NL:CRVB:2005:AU3123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar eervol ontslag ambtenaar
Appellant, werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, werd na ziekte en een hersteldverklaring aangemerkt als herplaatsingskandidaat en vervolgens eervol ontslagen met ingang van 1 maart 2002. Hij maakte bezwaar tegen het ontslagbesluit, maar dit bezwaar werd door de Minister van Justitie niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de verzending van het ontslagbesluit niet is komen vast te staan. De Raad gaat ervan uit dat de bezwaartermijn pas begon te lopen bij ontvangst van de brieven van 9 april 2002, die als eerste bekendmaking van het ontslagbesluit gelden.
Daarmee is het bezwaar van appellant tijdig ingediend op 27 mei 2002. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het besluit op bezwaar en gelast dat de Minister alsnog inhoudelijk op het bezwaar beslist. Tevens veroordeelt de Raad de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het eervol ontslag is tijdig ingediend; het bestreden besluit en de uitspraak worden vernietigd en de Minister dient inhoudelijk op het bezwaar te beslissen.