ECLI:NL:CRVB:2005:AU3213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inkomen uit stamrechtuitkering voor toeslag op grond van de Toeslagenwet
Appellant heeft na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst een stamrechtverzekering afgesloten, waaruit hij maandelijks uitkeringen ontvangt. Hij vroeg toeslag aan op grond van de Toeslagenwet, maar deze werd geweigerd omdat het gezinsinkomen niet onder het wettelijk minimum lag. Appellant betwistte dat de stamrechtuitkering als inkomen moest worden meegeteld.
De rechtbank oordeelde dat de uitkering uit de stamrechtverzekering als inkomen moet worden beschouwd en wees het beroep af. In hoger beroep stelde appellant dat de uitkering een eenmalige vergoeding betrof die buiten het inkomen moest blijven. De Raad overwoog dat de stamrechtuitkering niet als een eenmalige uitkering kan worden aangemerkt, maar als periodiek loon uit vroegere dienstbetrekking.
De Raad benadrukte dat de uitzondering voor eenmalige uitkeringen niet van toepassing is op betalingen rechtstreeks aan een verzekeraar en bevestigde dat de stamrechtuitkering moet worden meegerekend als inkomen. Hierdoor is appellant terecht uitgesloten van de toeslag. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de motivering.
Uitkomst: De maandelijkse stamrechtuitkering wordt als inkomen beschouwd, waardoor appellant geen toeslag op grond van de Toeslagenwet krijgt toegekend.