ECLI:NL:CRVB:2005:AU3702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV inzake WAO-uitkering wegens onjuiste belastbaarheidsprofiel en maatmanloon
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) inzake zijn WAO-uitkering, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 65 tot 80%. De rechtbank had het eerste besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. De Raad vernietigt echter ook de rechtsgevolgen van het eerste besluit en het tweede besluit, omdat het belastbaarheidsprofiel onjuist is vastgesteld, met name de psychische beperkingen onvoldoende zijn meegewogen en het maatmanloon onjuist is vastgesteld door het niet meenemen van een aandelenregeling.
De Raad constateert dat de rechtbank in strijd met goede procesorde heeft gehandeld door de uitspraak te laten doen door een andere rechter dan die het onderzoek ter zitting leidde, zonder partijen hierover te informeren. Inhoudelijk oordeelt de Raad dat de functies die appellant zou kunnen verrichten niet adequaat zijn onderbouwd en dat het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onvolkomenheden vertoont die leiden tot onvoldoende controleerbaarheid van de functiebelasting.
De Raad beveelt het UWV aan nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan de vraag of er termen zijn om schade te vergoeden. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en transparante besluitvorming bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid en de noodzaak van correcte toepassing van wettelijke voorschriften en medische en arbeidskundige rapportages.
Uitkomst: De besluiten van het UWV inzake de WAO-uitkering worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.