ECLI:NL:CRVB:2009:BI4714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WAZ-uitkering en beoordeling maatman bij hand- en vingerproblemen
Appellant verzocht om een WAZ-uitkering, die door het UWV werd geweigerd. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak vanwege schending van het beginsel van goede procesorde, omdat de uitspraak werd gedaan door een andere rechter dan de zitting behandelde rechter zonder dat partijen hierover waren geïnformeerd.
De Raad oordeelt dat appellant ondanks zijn hand- en vingerproblemen de functies die aan de schatting ten grondslag liggen kan vervullen. Appellant stelde dat hij als medische afzakker moest worden beschouwd en dat de maatman onjuist was vastgesteld, maar dit werd niet onderbouwd met medische verklaringen.
Het UWV nam een nieuw besluit op bezwaar, waarop appellant hoger beroep instelde. De Raad verklaart dit beroep ongegrond omdat de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige voldoende onderbouwing bieden dat appellant de functies kan vervullen.
De Raad vernietigt het besluit van 6 december 2004 en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het besluit van 12 december 2007 ongegrond en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 12 december 2007 wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.