ECLI:NL:CRVB:2005:AU3729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving vanaf 20 juli 1998 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Naar aanleiding van een vermoeden dat appellant en zijn relatie een gezamenlijke huishouding voerden, heeft de Sociale Recherche een onderzoek ingesteld. Dit onderzoek, inclusief observatiecamera beelden en verklaringen, wees uit dat appellant zijn hoofdverblijf had in de woonwagen van zijn relatie en dat zij een gezamenlijke huishouding voerden.
Gedaagde heeft op basis hiervan het recht op bijstand herzien en de ten onrechte ontvangen bijstand teruggevorderd. Appellant voerde aan dat hij als alleenstaande woonde en betwistte de onderzoeksresultaten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van de gezamenlijke huishouding, waardoor het recht op bijstand onjuist is vastgesteld. Er zijn geen dringende redenen gevonden om af te zien van herziening of terugvordering. De bijstandsuitkering is terecht aangepast naar de norm voor gehuwden vanaf 1 augustus 2002.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding.