ECLI:NL:CRVB:2005:AU3882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Geen publiekrechtelijke grondslag voor korting op bovenwettelijke uitkering in hoger onderwijs
Appellant was docent bij de Stichting Hoger Onderwijs Nederland en werd per 1 december 2001 ontslagen. Na zijn aanvraag van een WW-uitkering stelde gedaagde 1 een korting van 35% gedurende 26 weken vast wegens gedeeltelijk verwijtbare werkloosheid. Ook gedaagde 2 paste eenzelfde korting toe op de bovenwettelijke uitkering. De rechtbank verklaarde zich bevoegd en wees de beroepen van appellant tegen beide kortingen af.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de korting op de WW-uitkering terecht is opgelegd, omdat appellant verwijtbaar werkloos is geworden. De Raad onderschrijft de eerdere overwegingen en betrekt ook de beschikking van de kantonrechter bij zijn oordeel.
Ten aanzien van de bovenwettelijke uitkering oordeelt de Raad dat de beslissing van gedaagde 2 geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft, maar een privaatrechtelijke aangelegenheid is. Hierdoor is de rechtbank onbevoegd om hierover te oordelen en wordt het beroep tegen deze beslissing vernietigd. Gedaagde 2 wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Bevestiging korting WW-uitkering, vernietiging oordeel over bovenwettelijke uitkering wegens ontbreken publiekrechtelijke grondslag.