ECLI:NL:CRVB:2005:AU3900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Weigering vaste aanstelling medewerker vergunningen ministerie
Appellante was vanaf 1 juli 2000 met onderbrekingen via een uitzendbureau werkzaam bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en werd vervolgens tijdelijk aangesteld bij het agentschap LASER. Na twee tijdelijke aanstellingen, waarvan de tweede een andere functie betrof, werd haar dienstverband niet omgezet in een vaste aanstelling. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij recht had op een vaste aanstelling conform artikel 6 van Pro het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR). De Raad oordeelde echter dat niet was voldaan aan de vereiste periode van meer dan 36 maanden tijdelijke aanstellingen en dat de werkzaamheden in de tweede aanstelling niet hetzelfde waren als in de eerste, mede omdat appellante moest worden ingewerkt.
Daarnaast concludeerde de Raad dat appellante zich door haar opstelling onmogelijk had gemaakt bij gedaagde, waardoor de proeftijd niet als geslaagd kon worden beschouwd. De Raad onderschreef daarmee het oordeel van de rechtbank en bevestigde de weigering van de vaste aanstelling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vaste aanstelling bevestigd.