ECLI:NL:CRVB:2005:AU3910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet-verzekerd zijn door onrechtmatig verblijf en arbeid met vervalst document
Appellant, van Marokkaanse nationaliteit en sinds 1990 in Nederland verblijvend, had in diverse perioden gewerkt via uitzendbureaus, maar beschikte niet over geldige vreemdelingendocumenten. Op 8 maart 1999 meldde hij zich ziek en ontving een Ziektewetuitkering vanaf die datum en een WAO-uitkering vanaf 6 maart 2000. Gedaagde stelde dat appellant niet verzekerd was voor de werknemersverzekeringen omdat zijn verblijfsvergunningaanvraag in 1998 was afgewezen en hij geen rechtmatig verblijf had.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep werd het onderzoek heropend en nader behandeld, waarbij appellant niet verscheen. Uit een frauderapport bleek dat appellant arbeid verrichtte met vervalste documenten en dit ook erkende. De Raad oordeelde dat appellant zijn verzekeringspositie niet op reguliere wijze had verkregen en dat de uitzonderingssituatie van de Koppelingswet niet van toepassing was.
De Raad overwoog dat appellant niet als werknemer in de zin van de ZW en WAO kon worden beschouwd en derhalve niet verzekerd was. De door appellant aangevoerde stukken konden het standpunt van gedaagde niet weerleggen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd met verbetering van gronden bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van verzekeringsrecht door onrechtmatig verblijf en arbeid met vervalste documenten.